Hoofdstuk 8 Orde- en tuchtrelement van de leerlingen met inbegrip van de interne beroepsmogelijkheden.

Hoofdstuk 8   Orde- en tuchtrelement van de leerlingen met inbegrip van de interne beroepsmogelijkheden.

Artikel 23 : Ordemaatregelen

§1     Indien een leerling door zijn gedrag de goede orde in de school in het gedrang brengt, kan een ordemaatregel worden genomen.

§2     Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn :

  • een mondelinge opmerking;
  • een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
  • een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien.

Deze opsomming sluit niet uit dat een meer aan het specifiek laakbaar gedrag van de leerling aangepaste maatregel wordt opgenomen. Deze ordemaatregelen kunnen worden opgenomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.

§3     Verdergaande ordemaatregelen kunnen zijn :

  • een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling, de directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien;
  • de groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt ondertekend voor kennisname;
  • een afzondering uit de klas, bij beslissing van de directeur, onder toezicht en voor maximum één dag. Dit wordt via de schoolagenda of het heen-en-weerschrift meegedeeld aan de ouders.

§4     Indien vermelde ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregelsworden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord. Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddelijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.

§5   De directeur kan een leerling preventief schorsen telkens voor maximum vijf opeenvolgende schooldagen in afwachting van een tuchtmaatregel. De directeur moet vooraf het advies inwinnen van de klassenraad en de leerling en de ouders horen. De beslissing van de directeur moet met redenen zijn omkleed. Ten laatste de werkdag volgende op het nemen van de beslissing wordt deze aangetekend aan de ouders meegedeeld. Ingeval van preventieve schorsing wordt de leerling verwijderd uit de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet op de school aanwezig zijn onder toezicht.

§6     Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.

Artikel 24 : Tuchtmaatregelen

§1     Het laakbaar gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.

§2     Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien het gedrag van de leerling :

  • het ordentelijk verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
  • de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
  • ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt;
  • niet overeenstemt met het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
  • de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantast;
  • de instelling materiële schade toebrengt.

§3     Tuchtmaatregelen zijn :

  • de schorsing.
    Een schorsing betekent dat de leerling gedurende een bepaalde periode (meer dan één dag en maximum twintig schooldagen binnen één schooljaar) de lessen niet mag volgen in de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet wel op school aanwezig zijn onder toezicht.
  • de uitsluiting.
    Uitsluiting betekent dat de leerling definitief uit de school wordt verwijderd. De uitsluiting gaat in vanaf het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven, uiterlijk één maand (vakantieperiode niet inbegrepen)na schriftelijke kennisgeving. In afwachting bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling.

§4     Zowel schorsing als uitsluiting kunnen slechts nadat de tuchtprocedure werd gevolg.

§5     Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting : elke leerling moet afzondelijk worden behandeld.

§6     Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

Artikel 25 : Tuchtprocedure

§1     Tuchtmaatregelen worden genomen door de directeur.

§2     Hij volgt daarbij volgende procedure :

  • Hij vraagt advies aan de klassenraad die het tuchtdossier beoordeelt.
    De klassenraad stelt een gemotiveerd advies op.
    Indien de klassenraad adviseert om de leerling te schorsen of uit te sluiten, deelt de directeur aan de ouders mee dat een tuchtprocedure wordt ingezet.
    Deze beslissing en het gemotiveerd advies worden binnen de drie werkdagen na de bijeenkomst van de klassenraad aangetekend verstuurd aan de ouders.
    In dit schrijven worden zij opgeroepen tot een onderhoud met de directeur over de vastgestelde feiten en de voorgestelde maatregel.
  • De ouders en de leerling kunnen voor het onderhoud kennis nemen van het tuchtdossier in het bureau van de directeur na afspraak.
    Het onderhoud moet uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.
    Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat wordt ondertekend voor kennisneming.
  • Het onderhoud tussen directeur, de ouders en de leerling gebeurt enkel op basisi van elementen uit het tuchtdossier. Bij de uiteindelijke beslissing kan geen rekening worden gehouden met gegevens die niet vooraf bekendgemaakt en/of geen deel uitmaken van het tuchtdossier.
  • Na dit onderhoud neemt de directeur een gemotoiveerde beslissing omtrent de tuchtmaatregel die aangetekend, binnen de drie werkdagen na het onderhoud meegedeeld wordt aan de ouders.
  • Tegen deze beslissing kan aangetekend beroep worden ingesteld bij het college van burgemeester en schepenen binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de mededeling. Binnen de tien werkdagen na het instellen van het beroep wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aangetekend aan de ouders meegedeeld. Dit schrijven vermeldt dat de beslissing voor de Raad van State kan worden aangevochten.

§3     De tuchtmaatregel gaat in daags nadat de termijn om beroep aan te tekenen is verstreken of daags na de uitspraak van het college van burgemeester en schepenen.

§4     Bij een definitieve uitsluiting kunnen de ouders, bij het zoeken naar een andere school, worden bijgestaan door de directeur of door het CNB. Het tuchtdossier kanniet worden overgedragen aan een andere school.

§5     Tijdens de procedure kunnen de ouders zich laten bijstaan door een raadsman. Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

Artikel 26 : Tuchtdossier 

§1     Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

§2     Het tuchtdossier omvat een opsomming van :

  • de gedragingen zoals omschreven in artikel 24,§2;
  • de reeds genomen ordemaatregelen;
  • de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
  • de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
  • het gemotiveerd advies van de klassenraad;
  • het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

 

Copyright 2011. By Hostgator | GBS De Toren - Schoolstraat 15 - 9120 Melsele